De onmetelijke hemel hindert de witte wolken niet om te vliegen

In mijn inleiding op 23 oktober heb ik een stukje besproken uit Bukkojoji (Voorbij Boeddha gaan / Going beyond Buddha) uit Dogen’s Shobogenzo.

Het ging over paragraaf 8, waarin Dogen de uitwisseling tussen meesters Daowu van Tianhuang en Wuji uit Shitou bespreekt. Dit is de uitwisseling:

Daowu vraagt: ‘Wat is de fundamentele betekenis van boeddha-dharma?’
Shitou zegt: ‘Niet bereiken, niet weten’
Daowu vraagt: ‘Is er een keerpunt in voorbij gaan of niet?’
Shitou zegt: ‘De onmetelijke hemel hindert de witte wolken niet om te vliegen’

Ik heb geprobeerd om uit te leggen dat Dogen voor mij steeds minder filosoof wordt, die bezig is met het uit een zetten van theorie, en steeds meer een stem van compassie die me aanspoort en uitnodigt om het tot leven te brengen.

Dogen’s commentaar bij het eerste deel is:

De fundamentele betekenis is niet-bereiken. Het is niet zo dat er geen streven is naar verlichting, geen beoefening of geen verlichting. Maar simpelweg, niet-bereiken.
De fundamentele betekenis is niet-weten. Beoefening-verlichting is niet niet-bestaand of bestaand, maar is niet-weten, niet-bereiken.

Dogen doet zijn uiterste best om zo min mogelijk woorden vuil te maken. Het is ook genoeg. Maar ik doe een kleine poging om uit te drukken wat ik hoor.
‘Niet-bereiken, niet-weten’ is geen antwoord dat de vraag oplost. Je hoort jezelf al zeggen ‘Aha; nou weet ik het; het is niet-weten, tjonge, dat ik dat niet eerder heb bedacht’. ‘Niet-bereiken, niet-weten’ is als een houdingcorrectie, een zachte hand in je rug. Het is de oproep tot een doorgaande activiteit van niet-begrenzen; ‘stop met be-grijpen’.

Dogen’s commentaar op ‘De onmetelijke hemel hindert de witte wolken niet om te vliegen’ is:

Dit zijn Shitou’s woorden. De onmetelijke hemel hindert de onmetelijke hemel niet. Net zoals de onmetelijke hemel niet de hemel hindert om te vliegen, hinderen witte wolken witte wolken niet. Witte wolken vliegen zonder hindering. Het vliegen van witte wolken hindert het vliegen van de onmetelijke hemel niet. Niet hinderen van anderen is niet hinderen van zelf.

Dogen nodigt me uit om dat te onderzoeken. Is dat zo? Als ik op m’n fiets bijna onder een racende BMW zonder voorrang van links kom, is er dan geen hinderen?

Het klopt; er is geen hinderen. Er is plaats voor een BMW zonder voorrang om helemaal BMW zonder voorrang te zijn. Er is plaats voor mijn remmende fiets om zich uit te drukken als remmende fiets. Al mijn gierende emoties worden met groot gemak actueel en mijn gedachten ‘Eikel! Je hindert me! Ik had wel dood kunnen zijn!’ manifesteren zich spontaan.

En als je dit leest en denkt ‘Ja maar…!’ of ‘Hoezo? Wat heeft dat ermee te maken…?’ dan ben je in een uitgelezen positie om het zelf na te gaan. Is er hinderen of niet?

Comments are closed.