Plaatjes van de os (1t/m6)

In de introductiecursus bespreken we de plaatjes van de os. Deze week de eerste zes mét os, volgende week de laatste vier plaatjes zonder os.

De plaatjes van de os (“the ox herding pictures“) zijn 10 plaatjes die verschillende aspecten van de zenweg belichten. Ze zijn in de 12e eeuw getekend door Kuoan Shiyuan, een Chinese Chan (zen) meester. Hij heeft ze van gedichtjes voorzien. Een leerling heeft er een commentaar bij geschreven. Binnen de zen traditie werden de plaatjes erg populair. Onderstaande plaatjes zijn zo’n 300 jaar later in Japan door ene Shubun gemaakt.

In de eerste zes plaatjes zoekt een man naar z’n os die kwijt is, komt hem op het spoor, vindt hem, vangt hem, krijgt hem getemd en rijdt uiteindelijk op de rug van het beest weer naar huis. De plaatjes leggen mooi uit hoe zen zich kan ontvouwen: hoe je begint en hoe je verder gaat. Elk plaatje vraagt als het ware om het volgende. Er wordt steeds een volgende stap getoond.

Het zoeken naar de os, is hoe je in meer-of-mindere mate begint aan zen: op zoek naar rust, inzicht, helderheid en jezelf in de weg zittend of de weg kwijt. De ene kant oplopend terwijl je kijkt naar de andere kant. Voetsporen (boeken, instructie, zenmensen, stilzitten zelf) kunnen je op weg helpen. De zen-oefening lijkt ergens toe te leiden! Maar het gaat niet om sporen, maar om de-os-zelf. Een nachtegaal zet de herder stil en dan ziet hij de os recht voor z’n neus. Alles valt op z’n plek. In het gedichtje schrijft Shiyuan dat geen schilder die kop geschilderd krijgt. Shubun maar dat dubbel waar!

Maar daarmee is de herder niet klaar: nu hij ‘zijn os’ ziet, dan dan moet hij mee terug ook. Het lijkt nu nog alsof alles ‘klopt’ met de os in zicht en dat alles weer de oude chaos is als ie weg is. De os moet gevangen worden: Met een touw erom raakt hij hem niet ‘echt’ meer kwijt. De os is wild en houdt van ‘geurig gras’ – je ‘open aandacht’ denkt zo weer allemaal interessante gedachten. Maar ook als die gevangen is moet de os nog steeds ‘terug’ gebracht worden. Door streng te temmen wordt het beestje mak. En dan, niet meer afgeleid door ‘lekkers’, kan zen ook een relaxed ritje op een os terug naar huis worden. Alles gaat vanzelf en niemand zit meer iets in de weg.

In de volgende post de laatste vier plaatjes van de os, waarin de os zelf niet meer voorkomt.

Het zoeken van de os

Eenzaam en alleen in een eindeloze wildernis, schrijdt de herder door het woekerende gras en zoekt zijn os.
Breed stroomt de rivier, tot in wijde verte strekken zich de bergen uit, en het pad loopt steeds dieper in het vergroeide.
Het lichaam dodelijk vermoeid en het hart vertwijfeld. Toch vindt de zoekende herder geen geleidende richting.
In de avondschemering hoort hij enkel krekels op de ahorn zingen.

Waarom zoeken? Van begin af aan is de os nooit verloren geweest. Maar het geschiedde, dat de herder zich van zichzelf afkeerde: toen raakte zijn eigen os van hem vervreemd en ging verloren in stoffige verte. De vaderlandse bergen worden kleiner en kleiner. Onverwachts bevindt de herder zich op overwoekerde dwaalwegen. Begeerte naar profijt en angst voor verlies ontbranden als opvlammend vuur, en meningen over juist en onjuist bestrijden elkaar als speerpunten op het slagveld.

Voetsporen van de os

Onder de bomen aan de waterkant zijn her en der de sporen van de os dicht afgedrukt.
Heeft de herder de weg gevonden tussen het dicht woekerende, geurende gras?
Hoe ver de os ook weglopen mag, tot in de achterste plaats van het diepe gebergte:
zijn neus reikt tot in de uitgestrekte hemel, zodat hij zich niet verbergen kan.

Het lezen van de sutra’s en het horen van de onderrichtingen hebben ervoor gezorgd dat de herder iets van de zin van de waarheid begint te vermoeden. Hij heeft het spoor ontdekt. Nu begrijpt hij dat de dingen, hoe verschillend ook, allemaal uit het ene goud zijn, en dat het wezen van welk ding dan ook niet verschillend is van zijn eigen wezen. Toch kan hij nog niet tussen echt en onecht onderscheiden, laat staan tussen waar en onwaar. Nog is hij niet in staat door de poort binnen te gaan. Daarom is het slechts een voorlopige uitspraak dat hij het spoor ontdekt zou hebben.

De os zien

Plotseling klinkt boven in de kruin van de boom het heldere gezang van een nachtegaal.
De zon straalt warm, zachtjes waait de wind, aan de oever lopen de wilgen uit.
Er is geen plaats meer waar de os zich zou kunnen verstoppen.
Zo mooi is die prachtige kop met de hoog oprijzende horens, dat geen schilder hem zou kunnen schilderen.

Op het moment dat de herder de stem hoort, springt hij abrupt terug en aanschouwt de Oorsprong. De dolende zintuigen zijn in gelaten harmonie met deze Oorsprong tot rust gekomen. De os in zijn heelheid doortrekt onverhuld al het handelen van de herder. Hij is onlosmakelijk aanwezig, zoals zout in zeewater of lijm in de verf van de schilder. Wanneer de herder zijn ogen wijd opent en schouwt, dan ziet hij niets anders dan zichzelf.

De os vangen

Na grootste inspanning heeft de herder de os gevangen.
Te heftig nog diens luimen, zijn kracht nog te razend, om gemakkelijk zijn wildheid te temmen.
Nu eens gaat hij ervandoor en klimt naar hoge vlakten,
Dan weer dringt hij ver door in diepe, overnevelde en bewolkte plaatsen en wil zich verbergen.

Vandaag werd voor de eerste keer de os ontmoet, die lange tijd in de wildernis verborgen was. Maar de wereld van deze wildernis, die hem aangenaam en vertrouwd is, trekt hem nog sterk aan, zodat hij maar moeilijk in bedwang te houden is. Nog is hij niet in staat zich aan de begeerte naar de geurende graspollen te onttrekken. Nog woedt in hem hardnekkige koppigheid, en wilde dierlijkheid beheerst hem. Wil de herder de os tot echte zachtmoedigheid brengen, dan is het nodig met strenge zweep te tuchtigen.

De os temmen

De herder mag zijn hand geen ogenblik van zweep en teugel aflaten.
Anders zou de os er met grote schreden vandoor gaan het stof in.
Is de os echter geduldig getemd en tot zachtmoedigheid gebracht,
Dan volgt hij vanzelf de herder, zonder halster of ketting.

Komt zelfs maar de schaduw van een gedachte op, dan zal noodzakelijk een andere gedachte volgen eindeloze opeenvolging. In het ontwaken wordt het waar, in het dwalen daarentegen wordt alles onwaar. Al het in de omgeving aanwezige is niet uit hemzelf, maar geschiedt enkel vanuit het aanvankelijk Hart. Houd de teugel goed vast en veroorloof je geen enkele aarzeling!

Op de rug van de os naar huis

De herder keert terug naar huis op de rug van de os, gelaten en vrij.
In de uitgestrekte avondnevel klinkt wijd en zijd het geluid van zijn fluit.
Maat na maat en couplet na couplet klinkt de grenzenloze stemming van de herder.
Luistert iemand naar dit geluid, dan hoeft hij niet meer te raden hoe het de herder te moede is.

De strijd is reeds voorbij. Ook winst en verlies zijn zonder betekenis geworden. De herder zingt een landelijk houthakkerslied en speelt op zijn fluit de simpele melodie van dorpsknapen. Hij zit op de rug van de os en blikt in de blauwe hemel. Spreekt iemand hem aan, dan draait hij zich niet om. Trekt iemand hem aan de arm, dan wil hij niet stoppen.

Links:

Comments are closed.