Kodo Sawaki

Afgelopen woensdag las ik wat stukken uit ‘Aan jou’ van Kodo Sawaki voor. Hij leefde van 1880 tot 1965 en verloor vroeg z’n beide ouders. Hij groeide op bij een handelaar/Yakuza-lid in de achterbuurten van Tsu, een stad op 75 km van Kyoto. Op z’n 16e liep hij weg om zenmonnik bij het belangrijkste Soto-klooster te worden. Hij is als zenmeester belangrijk geweest door zijn nadruk op het weer ‘gewoon’ beoefenen van zazen en zijn vele reizen en lezingen in Japan.

Zijn ‘Aan jou’ is zowel in het Engels (Kodo Sawaki – To You) als in het Nederlands (Kodo Sawaki – Aan jou) te vinden. De Duitse versie is ook in boekvorm te bestellen. De hierboven gelinkte Nederlandse versie is uit het Duits vertaald en leest niet overal even soepel.

Het zijn een heleboel los-samenhangende quotes, verzameld onder kopjes als: “Aan jou, nog steeds rusteloos door andermans blikken”, of: “Aan jou, die zich afvraagt waar zazen goed voor is”. De stijl is direct, zonder doekjes erom te winden, rechtstreeks tot ‘jou’ -jij! (je kunt niet wegkruipen in ‘je groepje’ of ‘een leer’ of ‘je status’). Het is wars van (prat gaan op) ‘goede daden’ of speciale verlichtings-ervaringen. Zodra je het ook maar zo ‘noemt/denkt’ roept je geest al “dat was ik! – goed he?” – zen heeft niet zo’n “ik” – gewoon zitten! De ‘jij’s die aangesproken worden zijn ook nu nog erg herkenbaar.

Zazen is niet als een thermometer waarbij geleidelijk de temperatuur omhoog gaat: “Nog even,….ja, nu is het zover, ik heb satori!” Zazen zal je nooit iets brengen hoe lang je het ook beoefent. Als het jou iets brengt, dan moet je ergens een schroef los hebben zitten.

Je denkt dat je iets goeds doet als je de naam van Boeddha aanroept?* Jou valt niet meer te helpen! Net zoals diegene die denkt “satori” te hebben. Daarom zegt men in de Shin-school: “Scheur het in stukken, scheur het in stukken, scheur zelfs de geest die in stukken scheurt, nog in stukken!”
* Kodo Sawaki refereert aan het aanroepen van Amitabha Boeddha binnen het Zuiver Land boeddhisme – ook een populaire boeddhistische stroming in Japan

In zazen zijn boeddha en doorsneeburger verenigd. Als we ons tijdens zazen – gemeten aan onze oorspronkelijke Boeddhanatuur – als tamelijk ruwe doorsneeburgers herkennen, dan ligt dat daaraan dat we met de ogen van boeddha kijken.

De “storende” gedachten storen alleen de doorsneeburger in ons.

Jammer niet zo! Zit niet om je heen te koekeloeren. Zit gewoon!

Iemand vraagt: “Ik kan begrijpen dat wij tijdens zazen boeddha’s zijn. Wil dat zeggen dat we alleen doorsneeburgers zijn als we geen zazen beoefenen?”
Is iemand alleen op dat moment een dief als hij iets steelt en geen dief als hij even niet steelt? Als je eet om te stelen en als je eet om zazen te beoefenen – is dat hetzelfde of is dat anders? Wie eenmaal steelt, wordt daarna door niemand meer vertrouwd. Wie eenmaal zazen beoefent, beoefent eeuwige zazen.

Plaatjes van de os (7t/m10)

In de introductiecursus bespreken we de plaatjes van de os. Na de eerste zes osseplaatjes vorige week, nu de laatste vier.

Op de laatste 4 plaatjes van de os staat geen os. Na het terugvinden van de os leek alles klaar. Niets meer in de weg. Maar na het vinden van je ‘ware’ natuur, is dat niet meer iets om naar te zoeken, om te vangen, te temmen of van te genieten. Je hoeft het niet nog langer vast te houden.

De herder hoeft niet verder, is thuis: het is genoeg. Of lijkt genoeg. Want nu is het heel subtiel ‘een heilig knus thuis’ waar de herder (aan) kan blijven plakken. Zo lijkt er nog een tegenstelling tussen vroeger en nu, tussen zoeken en aangekomen zijn. Plaatje 8 lijkt dan dus ‘af’. Alle tegenstellingen zijn opgeheven. Een cirkel en de wijde hemel. Dit hier is niet onder woorden te brengen, in beelden uit te drukken.Dit ‘plaatje’ was in eerdere osseplaatjes-reeksen ook wel de laatste, maar Shiyuan heeft er nog twee bij getekend.

Plaatje 9: De herder is weg, de os is weg, er is niets-doen, maar een hele wereld. Uit ‘zichzelf’ vult het niks het vorige plaatje aan: Beweging en ‘dingen’ hebben ook een plekje in de cirkel. En eigenlijk zaten alle vorige plaatjes al in die cirkel. En met die beweging komt de zenpersoon ook in beweging. In plaatje 10 gaat het om de vrijheid om dingen te doen en te zijn. Aan de slag. Vrij in alles, om af te wijken of mee te doen. Vrij om de hele wereld te delen.

De os vergeten, de herder alleen

Reeds is de herder thuisgekomen op de rug van de os.
Er bestaat geen os meer. De herder zit alleen, op zijn gemak en stil.
Rustig sluimert hij nog wat, want de rood brandende zon staat immers reeds hoog aan de hemel.
De nutteloze zweep en teugel heeft hij weggeworpen onder het dak van stro.

Er bestaan geen twee Dharma’s. Slechts tijdelijk is de os als wegwijzer gebruikt. Hij lijkt op een val, waarin de haas, of op een net, waarin de vis gevangen wordt. Nu is het de herder zo te moede als wanneer er glanzend goud uit de aarde opgedolven zou worden, of de maan, zich uit de wolken losmakend, tevoorschijn zou komen. Er schijnt dat ene koele licht van voor het begin van de wereld.

Os én herder volkomen vergeten

Zweep en teugel, os en herder zijn volkomen verdwenen.
Woorden schieten tekort om de uitgestrekte blauwe hemel te omspannen.
Sneeuw kan toch ook niet blijven bestaan op een rood brandend haardvuur?
Pas wanneer een mens in dit oord aangekomen is, evenaart hij de oude meesters.

Alle wereldlijke begeerten zijn afgevallen, en tegelijkertijd is ook de geur van heiligheid volkomen verdwenen. Verblijf niet met welbehagen in een oord waar de Boeddha woont. Ga ras voorbij aan een oord waar de Boeddha niet woont. Wanneer iemand aan geen van deze twee hangen blijft, kan zijn innerlijk nooit doorschouwd worden, ook niet door de Duizendogige. De heiligheid waaraan vogels met bloemen eer bewijzen, is een schande.

Terug naar de Oorsprong

In de Grond en Oorsprong teruggekeerd heeft de herder reeds alles volbracht.
Niets is beter dan direct ter plekke als blind en doof te worden.
In zijn hut zit hij en ziet geen dingen daarbuiten.
Grenzenloos stroomt de rivier, zoals hij stroomt. Rood bloeit de bloem, zoals zij bloeit.

Vanuit het Begin is het rein, en er is geen stof. Daar schouwt iemand de afwisselende op- en neergang van de zijnden en woont zelf in de samengebalde stilte van het niet-doen. Hij laat zich niet voor de gek houden door de vergankelijke drogbeelden van de wereld en hij heeft geen inoefening meer nodig. Blauw stromen de rivieren, groen strekken zich de bergen uit. Hij zit bij zichzelf en schouwt de verandering van alle dingen.

Naar de markt met weldoende handen

Met ontblote borst en op blote voeten komt hij naar de markt.
Het gezicht met aarde besmeurd, het hoofd helemaal met as bestrooid.
Zijn wangen onder de tranen van het machtige lachen.
Zonder zich in te spannen voor geheimen en wonderen, brengt hij plotsklaps de dorre bomen tot bloei.

De rijsthouten poort is stevig gesloten, en zelfs de meest wijze heilige kan hem niet zien. Hij heeft zijn opgelichte wezen reeds diep begraven en veroorlooft het zich van de gebaande wegen van de eerbiedwaardige oude wijzen af te wijken. Nu eens komt hij met een uitgeholde pompoen de markt op, dan weer keert hij met een staf in zijn hut terug. Wanneer hij daar zin in heeft bezoekt hij de wijnhuizen en viskramen, om de dronken mensen tot zichzelf te laten ontwaken.

Links:

Plaatjes van de os (1t/m6)

In de introductiecursus bespreken we de plaatjes van de os. Deze week de eerste zes mét os, volgende week de laatste vier plaatjes zonder os.

De plaatjes van de os (“the ox herding pictures“) zijn 10 plaatjes die verschillende aspecten van de zenweg belichten. Ze zijn in de 12e eeuw getekend door Kuoan Shiyuan, een Chinese Chan (zen) meester. Hij heeft ze van gedichtjes voorzien. Een leerling heeft er een commentaar bij geschreven. Binnen de zen traditie werden de plaatjes erg populair. Onderstaande plaatjes zijn zo’n 300 jaar later in Japan door ene Shubun gemaakt.

In de eerste zes plaatjes zoekt een man naar z’n os die kwijt is, komt hem op het spoor, vindt hem, vangt hem, krijgt hem getemd en rijdt uiteindelijk op de rug van het beest weer naar huis. De plaatjes leggen mooi uit hoe zen zich kan ontvouwen: hoe je begint en hoe je verder gaat. Elk plaatje vraagt als het ware om het volgende. Er wordt steeds een volgende stap getoond.

Het zoeken naar de os, is hoe je in meer-of-mindere mate begint aan zen: op zoek naar rust, inzicht, helderheid en jezelf in de weg zittend of de weg kwijt. De ene kant oplopend terwijl je kijkt naar de andere kant. Voetsporen (boeken, instructie, zenmensen, stilzitten zelf) kunnen je op weg helpen. De zen-oefening lijkt ergens toe te leiden! Maar het gaat niet om sporen, maar om de-os-zelf. Een nachtegaal zet de herder stil en dan ziet hij de os recht voor z’n neus. Alles valt op z’n plek. In het gedichtje schrijft Shiyuan dat geen schilder die kop geschilderd krijgt. Shubun maar dat dubbel waar!

Maar daarmee is de herder niet klaar: nu hij ‘zijn os’ ziet, dan dan moet hij mee terug ook. Het lijkt nu nog alsof alles ‘klopt’ met de os in zicht en dat alles weer de oude chaos is als ie weg is. De os moet gevangen worden: Met een touw erom raakt hij hem niet ‘echt’ meer kwijt. De os is wild en houdt van ‘geurig gras’ – je ‘open aandacht’ denkt zo weer allemaal interessante gedachten. Maar ook als die gevangen is moet de os nog steeds ‘terug’ gebracht worden. Door streng te temmen wordt het beestje mak. En dan, niet meer afgeleid door ‘lekkers’, kan zen ook een relaxed ritje op een os terug naar huis worden. Alles gaat vanzelf en niemand zit meer iets in de weg.

In de volgende post de laatste vier plaatjes van de os, waarin de os zelf niet meer voorkomt.

Het zoeken van de os

Eenzaam en alleen in een eindeloze wildernis, schrijdt de herder door het woekerende gras en zoekt zijn os.
Breed stroomt de rivier, tot in wijde verte strekken zich de bergen uit, en het pad loopt steeds dieper in het vergroeide.
Het lichaam dodelijk vermoeid en het hart vertwijfeld. Toch vindt de zoekende herder geen geleidende richting.
In de avondschemering hoort hij enkel krekels op de ahorn zingen.

Waarom zoeken? Van begin af aan is de os nooit verloren geweest. Maar het geschiedde, dat de herder zich van zichzelf afkeerde: toen raakte zijn eigen os van hem vervreemd en ging verloren in stoffige verte. De vaderlandse bergen worden kleiner en kleiner. Onverwachts bevindt de herder zich op overwoekerde dwaalwegen. Begeerte naar profijt en angst voor verlies ontbranden als opvlammend vuur, en meningen over juist en onjuist bestrijden elkaar als speerpunten op het slagveld.

Voetsporen van de os

Onder de bomen aan de waterkant zijn her en der de sporen van de os dicht afgedrukt.
Heeft de herder de weg gevonden tussen het dicht woekerende, geurende gras?
Hoe ver de os ook weglopen mag, tot in de achterste plaats van het diepe gebergte:
zijn neus reikt tot in de uitgestrekte hemel, zodat hij zich niet verbergen kan.

Het lezen van de sutra’s en het horen van de onderrichtingen hebben ervoor gezorgd dat de herder iets van de zin van de waarheid begint te vermoeden. Hij heeft het spoor ontdekt. Nu begrijpt hij dat de dingen, hoe verschillend ook, allemaal uit het ene goud zijn, en dat het wezen van welk ding dan ook niet verschillend is van zijn eigen wezen. Toch kan hij nog niet tussen echt en onecht onderscheiden, laat staan tussen waar en onwaar. Nog is hij niet in staat door de poort binnen te gaan. Daarom is het slechts een voorlopige uitspraak dat hij het spoor ontdekt zou hebben.

De os zien

Plotseling klinkt boven in de kruin van de boom het heldere gezang van een nachtegaal.
De zon straalt warm, zachtjes waait de wind, aan de oever lopen de wilgen uit.
Er is geen plaats meer waar de os zich zou kunnen verstoppen.
Zo mooi is die prachtige kop met de hoog oprijzende horens, dat geen schilder hem zou kunnen schilderen.

Op het moment dat de herder de stem hoort, springt hij abrupt terug en aanschouwt de Oorsprong. De dolende zintuigen zijn in gelaten harmonie met deze Oorsprong tot rust gekomen. De os in zijn heelheid doortrekt onverhuld al het handelen van de herder. Hij is onlosmakelijk aanwezig, zoals zout in zeewater of lijm in de verf van de schilder. Wanneer de herder zijn ogen wijd opent en schouwt, dan ziet hij niets anders dan zichzelf.

De os vangen

Na grootste inspanning heeft de herder de os gevangen.
Te heftig nog diens luimen, zijn kracht nog te razend, om gemakkelijk zijn wildheid te temmen.
Nu eens gaat hij ervandoor en klimt naar hoge vlakten,
Dan weer dringt hij ver door in diepe, overnevelde en bewolkte plaatsen en wil zich verbergen.

Vandaag werd voor de eerste keer de os ontmoet, die lange tijd in de wildernis verborgen was. Maar de wereld van deze wildernis, die hem aangenaam en vertrouwd is, trekt hem nog sterk aan, zodat hij maar moeilijk in bedwang te houden is. Nog is hij niet in staat zich aan de begeerte naar de geurende graspollen te onttrekken. Nog woedt in hem hardnekkige koppigheid, en wilde dierlijkheid beheerst hem. Wil de herder de os tot echte zachtmoedigheid brengen, dan is het nodig met strenge zweep te tuchtigen.

De os temmen

De herder mag zijn hand geen ogenblik van zweep en teugel aflaten.
Anders zou de os er met grote schreden vandoor gaan het stof in.
Is de os echter geduldig getemd en tot zachtmoedigheid gebracht,
Dan volgt hij vanzelf de herder, zonder halster of ketting.

Komt zelfs maar de schaduw van een gedachte op, dan zal noodzakelijk een andere gedachte volgen eindeloze opeenvolging. In het ontwaken wordt het waar, in het dwalen daarentegen wordt alles onwaar. Al het in de omgeving aanwezige is niet uit hemzelf, maar geschiedt enkel vanuit het aanvankelijk Hart. Houd de teugel goed vast en veroorloof je geen enkele aarzeling!

Op de rug van de os naar huis

De herder keert terug naar huis op de rug van de os, gelaten en vrij.
In de uitgestrekte avondnevel klinkt wijd en zijd het geluid van zijn fluit.
Maat na maat en couplet na couplet klinkt de grenzenloze stemming van de herder.
Luistert iemand naar dit geluid, dan hoeft hij niet meer te raden hoe het de herder te moede is.

De strijd is reeds voorbij. Ook winst en verlies zijn zonder betekenis geworden. De herder zingt een landelijk houthakkerslied en speelt op zijn fluit de simpele melodie van dorpsknapen. Hij zit op de rug van de os en blikt in de blauwe hemel. Spreekt iemand hem aan, dan draait hij zich niet om. Trekt iemand hem aan de arm, dan wil hij niet stoppen.

Links:

Boeken over zen

Een lijstje van wat favoriete zenboeken… En Bodhidarma (één van de grondleggers van zen – rond het jaar 500) zei nog zo: Zen is…

Een speciale overdracht buiten boeken om,
Niet gebaseerd op woorden en letters.
Door direct te wijzen naar het hart
Laat het de ware natuur zien en verlichting bereiken.

Of: Zen is ‘direct’ en ‘leer’ je niet door erover te lezen, schrijven of filosoferen. Lezen over reizen en zelf reizen zijn twee dingen: Als je blijft lezen kom je nergens en zie je niks.
Veel boeken over zen excuseren zich daarom wel ergens voor het feit dat er weer zoveel bijgeschreven is. Dus: Niet wachten tot je “voldoende gelezen hebt” om te beginnen met mediteren, gewoon doen.

Zen of het konijn in ons breinTom Hannes
Leuk boekje over zen, misverstanden over zen en een neurotisch konijn in je hoofd dat heel hard bezig is leuke dingen te grijpen, nare dingen af te wijzen en heel stellig dingen vastlegt: zo! en niet anders. Aan de hand van deze basisreacties geeft hij voorbeelden van hoe je jezelf dwars kunt zitten en wat voor antwoorden zen kan geven (veel niet doen).

Hardcore zen – Brad Warner
Eerste boek van de Amerikaanse zenleraar met een gelijknamig blog. Scherp boek over zen vanuit Brad Warner’s punk-achtergrond. Down-to-earth over gelukzoeken, (fake) zenmeesters, drugs, verlichting etc.

Zen training – Katsuki Sekida
Een klassieker over zenbeoefening. Sekida beschrijft in fysiologisch detail hoe je zit, de rol van ademhaling, concentratie, samadhi, en wat je tegen kunt komen in je beoefening. Zen wordt op een begrijpelijke, gedetailleerde manier uitgelegd. Een aanrader voor serieuze beginners.

Meer dan een mens kan doen – Ton Lathouwers
Een verzameling teisho’s (zentoespraken) van Ton Lathouwers, een Nederlandse zenleraar. Hij legt nadruk op het aanvaard zijn, en de ontmoeting van hart-tot-hart. Hij haalt veel Westerse bronnen aan in zijn teisho’s: filosofen, psychologen, Russische schrijvers. Een warme persoonlijkheid.

Zen Mind, Beginner’s Mind – Shunryu Suzuki
Een verzameling lezingen van zenmeester Shunryu Suzuki. Vooral voor mensen die een tijdje zitten een waardevol boek dat allerlei “ideeën” die je gaandeweg opdoet aanpakt en je weer terugbrengt naar een beginnende, onbevangen zenpraktijk.

To You (website) – Kodo Sawaki
Kodo Sawaki (1880-1965) is een Japans zen vernieuwer. In dit (uittreksel) van in-your-face uitspraken richt hij zich tot geluk- en ruzie-zoekers, beginners met zen en zitters die al ‘ver’ denken te zijn, pochers en twijfelaars. Dacht je dat zen je verder brengt? “Zen is nergens goed voor”.

New seeds of contemplation – Thomas Merton
Als het je aanspreekt: Christelijke contemplatie met een zen-inslag. Thomas Merton was een trappister monnik en mysticus en zocht de dialoog op met o.a. zen-meester Daisetsu Teitaro Suzuki en de monnik Thich Nhat Hanh. Veel herkenbaars in dit boek.